De onderzoekers (wij) hebben onderzocht hoe de bacteriële gemeenschappen in de mond van zuigelingen zich tijdens de eerste zes levensmaanden ontwikkelen, met als doel te begrijpen welke microben zich daar vestigen, hoe ze zich daar vestigen en waarom ze samen succesvol zijn. Met behulp van DNA-sequencingtechnieken met hoge doorvoercapaciteit hebben we mondmonsters van 24 moeder-zuigelingparen geanalyseerd, één en zes maanden na de geboorte. We vonden twee veel voorkomende, maar voorheen onbekende bacteriesoorten (één Streptococcus spp. en één Rothia spp.) op de leeftijd van zes maanden. Deze bacteriën komen bij verschillende baby’s consequent samen voor, wat suggereert dat ze voor hun overleving en groei mogelijk van elkaar afhankelijk zijn. Door de genomen van deze bacteriën rechtstreeks uit onze monsters te reconstrueren, ontdekten we specifieke genetische kenmerken die helpen verklaren waarom ze zo succesvol zijn in de mond van zuigelingen. Streptococcus draagt genen die betrokken zijn bij de biosynthese van aminozuren (waaronder de biosynthese van arginine met behulp van aminozuren uit moedermelk), evenals enzymen die helpen bij de afbraak van koolhydraten in de orale biofilm. Rothia heeft genen die verband houden met de biosynthese van celmembranen en het koolhydraatmetabolisme, terwijl het voedingsstoffen produceert die Streptococcus nodig heeft. We voorspellen dat deze bacteriën essentiële voedingsstoffen zoals ornithine en lysine uitwisselen, waardoor een wederzijds voordelige samenwerking ontstaat.
Over het geheel genomen bieden onze bevindingen een eerste blik op de functionele rollen en mogelijke interacties van deze over het hoofd geziene soorten, waarmee de basis wordt gelegd voor toekomstig experimenteel onderzoek om deze voorspellingen te valideren.
https://journals.plos.org/ploscompbiol/article?id=10.1371/journal.pcbi.1013185